Slimmer beheren en exploiteren van maatschappelijk vastgoed

Het gebruik van maatschappelijk vastgoed verandert door de jaren heen. Als bijvoorbeeld het gebruik van een wijkaccommodatie, sportvereniging of school afneemt, worden de beoogde maatschappelijke resultaten in mindere mate gerealiseerd. Daarnaast drukt een dalend gebruik op de financiële huishouding van de gebouwen. De relatie tussen vastgoed en resultaten dwingt gemeenten kritisch te kijken naar de manier waarop zij hun vastgoed inzetten.
De ontstaansgeschiedenis van de huidige 'sociale infrastructuur' van veel steden verklaart waarom onze wijken er uitzien zoals ze er uitzien. Het besef over de toekomstige ontwikkeling van het vastgoed en de (gewenste) veranderende rol van de gemeente in het maatschappelijk krachtenveld stellen vraagtekens bij de behoefte aan de huidige hoeveelheid maatschappelijk vastgoed en de wijze waarop gemeenten dit bezitten, beheren en exploiteren.
Succesvolle aanpak
Bestuurders en gebruikers van maatschappelijk vastgoed zien kansen in het bundelen van het gebruik van maatschappelijk vastgoed op wijkniveau. Echter, het is lastig om deze kansen te benutten en bijvoorbeeld de exploitatie te verbeteren of gebouwen af te stoten. Om de kans op een succesvolle aanpak te vergroten, raden wij het volgende aan:
1.Trap niet in de valkuil van Excel-sheets en papieren beloften. Slimmer bundelen van maatschappelijk vastgoed is niet zozeer een financieel-technische exercitie, maar vooral een bestuurlijk-maatschappelijk besluitvormingsproces.
2.Doorleef de historie van een wijk en de gebouwen en creëer van daaruit een inspirerend en realistisch toekomstperspectief. Het is de rol en toegevoegde waarde van de gemeente om te verkennen hoe de wijk er op de lange termijn uitziet en te bepalen wat dit betekent voor keuzes in het hier en nu.
3.Waardeer de betrokkenheid van wijkbewoners en stel vertrouwen in hen. Voor beleidsmedewerkers is het soms verleidelijk om al de energie te steken in het vinden van de juiste antwoorden, terwijl het in de praktijk vaak effectiever is om de juiste vragen aan de juiste mensen te stellen.
4.Maak exploitanten en gebruikers van de gebouwen verantwoordelijk voor het adresseren van de opgaven waar zij voor staan. Bij gemeenten bestaat nogal eens de reflex om problemen zelf op te lossen, maar exploitanten en gebruikers vragen juist om ruimte om zich als eigenaren van de gebouwen te gedragen.
5.Help exploitanten en gebruikers van afzonderlijke gebouwen om hun ideeën te delen en de samenwerking te verbeteren. De zorg van deze mensen ligt begrijpelijkerwijs allereerst in het dagelijks runnen van hun eigen gebouw. Ze waarderen het vaak als de gemeente hen net dat zetje geeft om meer vanuit een langetermijnperspectief en gezamenlijk met andere gebouwen te handelen.
Geïnteresseerd?
Heb je vragen over deze aanbevelingen? Of wil je de aanbevelingen aanvullen met eigen ervaringen uit de praktijk? Neem dan contact op met Maurits Hoeve:
de heer Maurits Hoeve
E: maurits.hoeve@hiemstraendevries.nl
T: +31 (0)6 12 25 47 44
