Transformatie sociaal domein in de praktijk: ken elkaar echt en verbind je samen aan de maatschappelijke opgave!

Sinds de drie decentralisaties zijn er in de dagelijkse praktijk van het sociaal domein veel stappen gezet. Denk aan hoe wijkteams werken, vlakbij de burgers. Of aan de politiek die meer mogelijkheden kreeg voor de invulling van zorg en ondersteuning. ‘Gemeenten hebben decentralisatie goed opgepakt’, deelde minister Kajsa Ollongren eind vorig jaar zelfs met de Tweede Kamer. En nu verder! Wie goed kijkt naar de praktijk, ziet echter ook patronen die een verdere transformatie in de weg staan. Die maken dat we kunnen afdrijven van waar het echt om draait in het sociaal domein: de bedoeling. Om verder vooruit te komen en te verbeteren in de dagelijkse praktijk, moeten we patronen kritisch bekijken. Om ze met elkaar te doorbreken. Wat daar volgens mij voor nodig is? Het lef en de durf om sneller met elkaar te ‘doen’. Minder tijd te steken in wie waar precies van is of zou moeten zijn: samenwerken met partners voor en met getroffen gezinnen.  

 
Neem bijvoorbeeld de komst van Veilig Thuis, daarmee is het eenvoudiger om incidenten te bekijken vanuit een gezinssysteem (0 tot 100 jaar). Mijn kijk op de praktijk in het sociaal domein en mijn persoonlijke reflectie deel ik zoals ik die als interim-directeur-bestuurder bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) de afgelopen twee jaar van zeer dichtbij heb leren kennen in relatie tot de ketenpartners en opdrachtgevers (gemeenten). Onlangs deelde ik al de volgende ervaringen; dit is het laatste deel uit de 'reeks'.  
 
Transformatie sociaal domein in de praktijk: 
 
De transformatie in het sociaal domein gaat voor een belangrijk deel over meer inzet van vrijwillige, laagdrempelige én goedkopere ondersteuning voor burgers. Bovendien zou dit succesvoller moeten zijn dan de aanpak(ken) van voorheen. Want, hoe dichterbij de burger hoe beter, hoe sneller geregeld hoe beter enzovoorts. Dit doet een groot beroep op betrokken organisaties. Daar is er eigenlijk geen van die echt alle gewenste ondersteuning maximaal kan bieden. Zeker niet als er echt ‘gezinssysteemgericht’ gewerkt gaat worden. Simpel gezegd is dat een set interventies gericht op alle betrokkenen: zowel de veroorzakers van de ongewenste situatie als degenen die het ondergaan. Daarin zouden gezinsaanpak en inzet van relevante netwerkpartners belangrijker moeten zijn dan de eigen interne organisatie. Scherp zien wat ergens nodig is en wie dat is. Hoe kun je dat waarmaken als je jezelf en anderen nog niet goed (genoeg) kent? Als je elkaars context niet goed (genoeg) begrijpt? Leg bijvoorbeeld maar eens een ‘stadse’ werkwijze naast die in een landelijk gebied verderop. Dat vraagt om een andere blik en houding. 
 

Gedeelde uitgangspunten 

Gedeelde, herkenbare uitgangspunten zijn cruciaal voor het samen snel en over grenzen heen kunnen handelen. Denk aan de uitgangspunten van de transformatie, de rol van de organisatie in de keten en welke verwachtingen je hebt van elkaar in het werk. Leg ze vast, verbind jezelf en elkaar hieraan en stel ze centraal. Er zijn veel wisselingen binnen het zorgdomein. Niet alleen veel nieuwe wethouders maar ook binnen zorg- en veiligheidsorganisaties is er regelmatig sprake van een wisseling van de wacht. Dan is het fijn als je met elkaar al eerder de uitgangspunten echt goed hebt vastgezet. Zo wordt er niet vanuit verschillende brillen gestuurd en weet je wat er van je verwacht wordt. Hier wringt de schoen in de praktijk snel. Sturen we op ‘doen wat nodig is’ ook al kost dat meer dan begroot? Sturen we op efficiency en productienormen? Hoe gaan we de financiering regelen als de integrale aanpak en ‘doen wat nodig is’ centraal staat? Het centraal stellen van de opgave(n) rond burgers en gezinnen in het sociaal domein werkt alleen als er afspraken zijn over sturing en verantwoording voor alle (mee)sturende partijen die niet met elkaar conflicteren maar juist in elkaars verlengde liggen. 
 

Signalen beter delen 

Het succes van de verbeterde meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Radarfunctie per 1 januari 2019) valt of staat dan ook bij de juiste verwachtingen naar elkaar. Vanuit de breed gedeelde ambitie om signalen beter te delen, de mogelijkheid te benutten om (gezins)signalen op te tellen, handelingsverlegenheid onder professionals (denk bijvoorbeeld aan scholen, artsen en Veilig Thuis-professionals) te verminderen en verder geweld richting kinderen en volwassenen te voorkomen. Draagt de meldcode daar aan bij, dan is dat mooi. Bijvoorbeeld door helderheid over wat er van wie als actie wordt verwacht. De norm om het lef en de verantwoordelijkheid te hebben om ‘bewust te handelen als je iets ziet wat niet kan’ krijgt zo inhoud in de praktijk. Tegelijkertijd schuilt in het handelen vanuit de meldcode ook het risico dat dit niet leidt tot betere samenwerking, onvoldoende zelf handelen centraal stelt, dilemma’s niet bespreekbaar worden en niet de juiste interventies worden ingezet. Het valt namelijk niet altijd mee, met dat wat je ziet en hoort en ontoelaatbaar is, om daar zelf wat mee te gaan doen als professional. En nu is dat wel de bedoeling. Het risico is dan ook dat professionals het vooral gaan melden bij Veilig Thuis, waardoor de (eenzijdige) verantwoordelijkheid dan weer daar ligt. Het succes van de verbeterde meldcode hangt daarom af van eerlijke, realistische verwachtingen over het (maatschappelijk) resultaat, elkaars inbreng en dat het voorkomen van verder (huiselijk) geweld een gedeelde verantwoordelijkheid is.  
 

Elkaar beter kennen 

De crux zit ‘m uiteindelijk in elkaar kennen en echt willen en kunnen samenwerken, waarbij vanuit inhoud en wie het meest effectief is om de casus op te pakken cq. bij zich kan houden wordt bepaald wie een casus het beste kan oppakken. Wie elkaar kent, kan vanuit een gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel beter maatwerk leveren in een gedeelde maatschappelijke opgave. Jammer genoeg zien we in de praktijk vaak juist een tegenovergestelde beweging. Tussen organisaties en medewerkers ontstaan patronen en procedures die ze juist anoniemer maken. We moeten iets verzinnen om daar niet in te belanden. Uiteindelijk staat dat een gewenste uitkomst voor het gezin in de weg. 

Doorpraten over wat nodig is? 

Jouw kijk op de praktijk met me delen? Doorpraten over wat nodig is in de praktijk van de transformatie van het sociaal domein? Neem dan contact met me op!